Aanpassen legger als bescherming Voorland?

“Verrassend makkelijk!”

Voor het Bovenrivierengebied geldt dat piping de overstromingskans sterk beïnvloedt. Dit fenomeen heeft dus grote impact op de waterveiligheid. Om effectieve maatregelen tegen piping te kunnen nemen, heeft het Waterschap Rivierenland besloten om het voorland juridisch te beschermen.

In juni 2016 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland voor het hele rivierengebied nieuwe leggers vastgesteld. Dat was nodig om aan te geven welke ruimte de rivierdijken nodig hebben om in de (verre) toekomst te kunnen worden beschermd tegen, met name, piping.

Van 50 naar 150 meter
Vooruitlopend op de wettelijke beoordeling is een impact-analyse gemaakt van de mogelijke gevolgen van piping. Op basis van de uitkomsten heeft Rivierenland besloten de veiligheidszone te verruimen van 50 naar 150 meter. Door de verbreding krijgt het waterschap zeggenschap over een relevant deel van de buitendijkse gebieden. Het kleipakket dat hier op de diepere zandbodem ligt, vermindert het risico op piping aanzienlijk. En als dat meegenomen kan worden in de wettelijke beoordeling scheelt dat ook behoorlijk in de maatschappelijke kosten.

Evert Hazenoot, Beleidsadviseur van Rivierenland: “Voorheen was het zo dat als een partij besloot de klei buiten de 50 meterzone tot op het zand weg te graven, er zomaar een nieuw intrede punt voor water kon ontstaan.” Met toename van piping als gevolg.
Nu het waterschap zeggenschap heeft, is het zeker dat dit soort risico’s vooraf goed worden bekeken voordat tot graafwerk wordt overgegaan. Zo wordt de kans op ingrijpende maatregelen aan de dijken geminimaliseerd.

Nauwelijks bezwaar

De procedures bij de rechter rond de leggerverruiming zijn hem flink meegevallen. “Er zijn vier procedures gestart. In twee zaken heeft het waterschap gelijk gekregen. Twee zijn ingetrokken, in één daarvan is maatwerk geleverd.”

Het betreft een energieleverancier die binnen de beschermingszone bezig is met een ruimtelijke ontwikkeling. Ook heeft de leggerverruiming geen problemen opgeleverd met de legger van RWS (beplanting). Hazenoot: “Leggers bijten elkaar niet!”

Daarbij moet wel gezegd worden dat Waterschappen rond de Bovenrivieren mee hebben dat het fenomeen piping als risico bekend is bij de ingelanden. “De hoogwaters van 1993 en 1995 staan in het geheugen gegrift en nog steeds komt her en der overlastgevende kwel als gevolg van piping voor.”

Maatschappelijk belang duidelijk
Maatregelen tegen piping, zoals steunbermen, vragen vaak veel ruimte. “Maatregelen op- en rond de dijken of en beleid rond het bouwen vlak bij de dijk worden als lastig ervaren,” weet Hazenoot. “Buitendijks ligt dit toch wat anders. De meeste mensen snappen dat beperkingen in het voorland te verkiezen zijn boven overlastgevende maatregelen in en aan de dijken.”
Het maatschappelijk belang was dus van meet af aan duidelijk. Immers, het alternatief van een ingrijpende dijkversterking met een grote impact op de omgeving en hoge kosten ziet niemand zitten.

Zeggenschap
“Het mooie is dat wij nu wel zeggenschap hebben, maar dat er minimale consequenties zijn voor het gebruik van het voorland. Zelfs ontgronding door steenfabrieken blijft mogelijk.”
Dat kan nog steeds via een ontgrondingsvergunning van de provincie. “Maar door de legger-aanpassing is geborgd dat bij grote ontgrondingen het belang van het waterschap hierin wordt meegenomen,” aldus Hazenoot.

Meer informatie:

Je vindt hier een duidelijke animatie:

Achtergronden vind je hier: