juridisch

Juridische borging

Via de legger en de Keur borgt de waterkeringbeheerder zijn belangen. Als het effect van het voorland wordt meegenomen, kan daarvoor de legger worden aangepast. Afhankelijk van mogelijke ongewenste wijzigingen in het voorland (bijv. ontgravingen of zettingen) gedurende de planperiode kan het nuttig/nodig zijn om de legger aan te passen. Daarmee valt ook het voorland binnen de beschermingszone of het waterstaatswerk.

Volgens de Grondslagen voor Hoogwaterbescherming is dit niet nodig of verplicht. Echter,  het is duidelijk dat de legger en de Keur (opleggen beperkingen, toezicht en vergunningplicht) effectief zijn om belangen te borgen. Uit de scenarioanalyse moet blijken of dit noodzakelijk is om de kans op ongewenste ontwikkelingen te verkleinen. Significante ontwikkelingen hebben een kleine kans van optreden. Bovendien tasten ze in de meeste gevallen de waterkerende functie niet substantieel  aan.

Kortom: het is dus niet verplicht het voorland binnen de legger te brengen en in veel gevallen ook niet noodzakelijk.

Daar staat tegenover dat het aanpassen van de legger in veel gevallen relatief eenvoudig is, zonder dat dit tot claims voor nadeelcompensatie leidt. Als er veel gebruikers zijn, bijvoorbeeld bij woonbebouwing, is een leggeraanpassing waarschijnlijk ook praktischer dan het maken van privaatrechtelijke afspraken.

Zowel bij het aanpassen van een legger als bij het maken van privaatrechtelijke afspraken zal er sprake zijn van het opleggen van beperkingen. Als die leiden tot bezwaar en beroep, ligt de keuze voor een aanpassing van de legger wel voor de hand, boven een keuze voor het maken van (privaatrechtelijke) afspraken.