Voorland Zwolle kan noodzaak dijkversterking verminderen of zelfs voorkomen

De waterveiligheid van delen van de Stadsdijken bij Zwolle voldoet niet aan de norm. Daarom moet de primaire waterkering bijna een meter omhoog. Er is echter weinig ruimte voor versterkingsmaatregelen. Het meenemen van het voorland kan hier uitkomst bieden.

De Stadsdijken hebben op verschillende plekken voorlanden, zowel bebouwd als onbebouwd. De versterkingsopgave neemt af als de diverse voorlanden worden meegenomen in de veiligheidsberekening. Zo reduceert een schiereiland met bebouwing in de oude trekvaart inkomende golven significant. Uit berekeningen van Waterschap Drents Overijsselse Delta blijkt zelfs een reductie tot nul. In dit gunstigste geval ‘verdampt’ dus noodzaak tot versterken.
Ook voor enkele andere voorlanden in het ruim zeven kilometer te versterken traject worden nauwer beschouwd op hun bijdrage aan de waterveiligheid. Ook hier kan het meenemen van het effect van bebouwing de versterkingsopgave mogelijk beperken

Kanttekeningen
Enkele kanttekeningen zijn wel op hun plaats. Omdat delen van de waterkering op privéterrein liggen (waar het waterschap geen toegang toe heeft) en de bebouwing van locatie tot locatie verschilt, moeten er specifieke afspraken worden gemaakt over beheermaatregelen. Daarnaast is eventuele toekomstige sloop van de bebouwing een onzeker risico. Bebouwing ligt binnen de leggerzonering (tot 100 meter), maar binnen deze zone is de sloop van gebouwen wel toegestaan. Met andere woorden: het juridisch instrumentarium biedt nu geen middelen om het verwijderen van de bebouwing te voorkomen.

 

Robuustere golfbreker haven Urk kan dijkversterking voorkomen

De haven van Urk wil uitbreiden. Helaas zijn de groeimogelijkheden beperkt door de korte afstand tot de stadskern. Buitendijkse havenuitbreiding is een goed alternatief. Als dan meteen een robuuster gedimensioneerde golfbreker wordt gemaakt, kan een noodzakelijke dijkversterking worden voorkomen. Uitgangspunt: de meerkosten van een sterkere golfbreker zijn lager dan die van een dijkversterking.

Volgens de nieuwe normen zal de huidige dijk bij Urk niet voldoen aan de waterveiligheidseisen. Echter, als de beoogde golfbreker voor de haven robuuster wordt gemaakt, kan afkeur bij het formele toetsmoment in 2023 worden voorkomen.

Waterstaatswerk
Op de golfbreker zijn geen economische activiteiten gepland waardoor het waterschap mogelijkheden heeft voor sturing en handhaving. Zo kan de golfbreker bijvoorbeeld worden opgenomen als waterstaatswerk in de legger van het waterschap.
Hoewel de haven van grote betekenis is voor de economische ontwikkeling van de regio rond Urk, is nog niet zeker of de geplande uitbreiding er ook echt komt. Nog niet alle procedures zijn doorlopen en ook financieel gezien is de zaak nog niet rond. Weliswaar draagt de provincie Flevoland zeven miljoen euro bij en is ook het waterwaterschap bereid de meerkosten voor de (over)dimensionering van de golfbreker voor te financieren, maar dat is nog onvoldoende. Daarom wordt het gesprek met het HWBP opgestart.

Gesprek met HWPB
Wat daarbij op tafel ligt, is het karakter van het huidige subsidiestelsel. Formeel is de dijk bij Urk nog niet afgekeurd waardoor er nog geen aanspraak op HWBP-subsidie kan worden gedaan. Bovendien biedt de regeling onvoldoende ruimte om mee te koppelen met ontwikkelingen van derden. De gesprekken met het HWBP moeten antwoord geven op de vragen of en hoe de subsidieregeling toch een bijdrage kan leveren.

Aanpassen legger als bescherming Voorland?

“Verrassend makkelijk!”

Voor het Bovenrivierengebied geldt dat piping de overstromingskans sterk beïnvloedt. Dit fenomeen heeft dus grote impact op de waterveiligheid. Om effectieve maatregelen tegen piping te kunnen nemen, heeft het Waterschap Rivierenland besloten om het voorland juridisch te beschermen.

In juni 2016 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland voor het hele rivierengebied nieuwe leggers vastgesteld. Dat was nodig om aan te geven welke ruimte de rivierdijken nodig hebben om in de (verre) toekomst te kunnen worden beschermd tegen, met name, piping.

Van 50 naar 150 meter
Vooruitlopend op de wettelijke beoordeling is een impact-analyse gemaakt van de mogelijke gevolgen van piping. Op basis van de uitkomsten heeft Rivierenland besloten de veiligheidszone te verruimen van 50 naar 150 meter. Door de verbreding krijgt het waterschap zeggenschap over een relevant deel van de buitendijkse gebieden. Het kleipakket dat hier op de diepere zandbodem ligt, vermindert het risico op piping aanzienlijk. En als dat meegenomen kan worden in de wettelijke beoordeling scheelt dat ook behoorlijk in de maatschappelijke kosten.

Evert Hazenoot, Beleidsadviseur van Rivierenland: “Voorheen was het zo dat als een partij besloot de klei buiten de 50 meterzone tot op het zand weg te graven, er zomaar een nieuw intrede punt voor water kon ontstaan.” Met toename van piping als gevolg.
Nu het waterschap zeggenschap heeft, is het zeker dat dit soort risico’s vooraf goed worden bekeken voordat tot graafwerk wordt overgegaan. Zo wordt de kans op ingrijpende maatregelen aan de dijken geminimaliseerd.

Nauwelijks bezwaar

De procedures bij de rechter rond de leggerverruiming zijn hem flink meegevallen. “Er zijn vier procedures gestart. In twee zaken heeft het waterschap gelijk gekregen. Twee zijn ingetrokken, in één daarvan is maatwerk geleverd.”

Het betreft een energieleverancier die binnen de beschermingszone bezig is met een ruimtelijke ontwikkeling. Ook heeft de leggerverruiming geen problemen opgeleverd met de legger van RWS (beplanting). Hazenoot: “Leggers bijten elkaar niet!”

Daarbij moet wel gezegd worden dat Waterschappen rond de Bovenrivieren mee hebben dat het fenomeen piping als risico bekend is bij de ingelanden. “De hoogwaters van 1993 en 1995 staan in het geheugen gegrift en nog steeds komt her en der overlastgevende kwel als gevolg van piping voor.”

Maatschappelijk belang duidelijk
Maatregelen tegen piping, zoals steunbermen, vragen vaak veel ruimte. “Maatregelen op- en rond de dijken of en beleid rond het bouwen vlak bij de dijk worden als lastig ervaren,” weet Hazenoot. “Buitendijks ligt dit toch wat anders. De meeste mensen snappen dat beperkingen in het voorland te verkiezen zijn boven overlastgevende maatregelen in en aan de dijken.”
Het maatschappelijk belang was dus van meet af aan duidelijk. Immers, het alternatief van een ingrijpende dijkversterking met een grote impact op de omgeving en hoge kosten ziet niemand zitten.

Zeggenschap
“Het mooie is dat wij nu wel zeggenschap hebben, maar dat er minimale consequenties zijn voor het gebruik van het voorland. Zelfs ontgronding door steenfabrieken blijft mogelijk.”
Dat kan nog steeds via een ontgrondingsvergunning van de provincie. “Maar door de legger-aanpassing is geborgd dat bij grote ontgrondingen het belang van het waterschap hierin wordt meegenomen,” aldus Hazenoot.

Meer informatie:

Je vindt hier een duidelijke animatie:

Achtergronden vind je hier:

Martinus Nijhoffbrug en spoorlijn als Voorland

De drukste brug van Nederland ligt over de Waal tussen Waardenburg en Zaltbommel. Achter een omvangrijk voorland (uiterwaard) zorgt de Waalbandijk voor droge voeten in Waardenburg. Op dit moment wordt langs de Waal tussen Tiel en Waardenburg (TiWa) een brede verkenning uitgevoerd naar de maatregelen die genomen kunnen worden om de waterveiligheid te verzekeren.

Om droge voeten ook in de toekomst zeker te stellen, zou de dijk hier moeten worden versterkt. Echter, woningen in en aan de dijk en het buitendijks gelegen Natura2000 gebied maken dijkversterking erg lastig. De landhoofden van de brug in de A2 en de spoorbrug van de lijn Utrecht – Den Bosch voorzien in mogelijke kansen. Waterschap Rivierenland verkent de mogelijkheid om aan deze landhoofden een waterkerende functie toe te kennen. Een dijkversterking kan hier dan achterwege blijven.

Hoog en breed
Mathijs Bos van Rivierenland: “De landhoofden vormen feitelijk voorliggende keringen op zo’n 300 meter vóór de primaire waterkering bij Waardenburg. Ze liggen relatief hoog, ruim boven de ontwerpwaterstand van de dijk. Ook zijn ze relatief breed.”
Hierdoor staat er bij de ontwerpwaterstand geen water tegen de primaire waterkering – mits de grondlichamen van de A2 en spoorlijn niet doorbreken. “Daarom denken wij na over het meenemen van de landhoofden in de waterkerende functie.”

Of dit kan, hangt in de eerste plaats af van de zekerheid waarmee de bijdrage van de landhoofden aan de waterkerende functie onder maatgevende omstandigheden aanwezig is. “Daarvoor is inzicht nodig in de bedreigingen door natuurlijke maar ook door menselijke invloeden onder zowel extreme als dagelijkse omstandigheden.”

Kansrijk
Op het eerste gezicht lijkt het meenemen van de landhoofden kansrijk. “De grondlichamen zijn hoog en breed waardoor ze mogelijk genoeg weerstand bieden tegen de mogelijke faalmechanismen,” aldus Mathijs.

Omdat de landhoofden onderdeel zijn van onze vitale infrastructuur is het beschermingsniveau en de mate van monitoring vergelijkbaar met dat van primaire waterkeringen. Het is te verwachten dat ook voor de landhoofden de zwaarste gevolgklasse conform Eurocode zal gelden. “Net als voor voor primaire waterkeringen dus.”

Natuurlijk heeft het waterschap oog voor eventuele gevaren. Zo is piping bij de zestig meter brede spoordijk voor Rivierenland een aandachtspunt. “We hebben hier een groot waterstandsverschil van 6 à 7 meter. Daarnaast is kortsluiting door het zandlichaam wellicht een risico.” Nader onderzoek naar de grondopbouw is daarom gewenst. Een 3D-model (geometrie en bodem) biedt mogelijk inzicht in de zwakke plekken. “Op basis daarvan kunnen we een dan nadere analyses maken.”

’Meekoppelen’ NS & ProRail
Verder zijn er nog andere uitdagingen die voor hoofdbrekens zorgen, zoals de wens vanuit omgeving om een gelijkvloerse kruising te realiseren als het treinverkeer wordt geïntensiveerd. Om die reden worden de NS en ProRail in de plannenmakerij betrokken, die overigens ook een belang hebben bij een goede waterkerende functie van de landhoofden. Er zal door alle betrokken partijen worden gekeken naar meekoppelkansen.

“Als gewenste infrastructuur wordt ingepast in plannen voor de waterkering, wordt iedereen er beter van. Tegelijk beperken we de overlast door werkzaamheden gecombineerd in één keer uit te voeren,” aldus Mathijs Bos.

Meer weten?

http://www.dijkverbetering.waterschaprivierenland.nl/common/projecten/tiel—waardenburg/tiel—waardenburg.html

 

De Prins Hendrikzanddijk: meerwaarde door integrale benadering dijkversterking en herstel natuur in de Waddenzee

De Prins Hendrikdijk op Texel voldoet niet meer aan de wettelijke veiligheidseisen en wordt daarom door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier versterkt. Vóór de 3 km lange dijk wordt een kunstmatig duin en voorland opgespoten met zand. Dit voorkomt een binnenwaartse verzwaring.

Samenwerken aan ‘Zacht en natuurlijk’
Het idee voor de zandige variant is afkomstig van Texel en in 2011 door de gemeente Texel namens een brede groep belanghebbenden ingebracht als zienswijze op de startnotitie MER. In plaats van het verzwaren van de rechte dijk, zagen de eilanders liever een buitenwaartse versterking met een ‘zacht en natuurlijk’ voorland. De achterliggende weg en de landbouwgrond hoefden hierdoor niets in te leveren. HHNK heeft gehoor aan deze wens van de omgeving en met de zandige oplossing als voorkeursvariant ingestemd onder de voorwaarde dat extra financiële middelen gevonden zouden worden en een positieve toetsing door het landelijk bureau HWBP-2. De aanzienlijke meerkosten voor deze buitendijkse ‘zandige oplossing’, werden bijeengebracht door zo veel mogelijk partners achter de plannen te krijgen. De gemeente Texel, Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland, het Waddenfonds, ministerie van Infrastructuur en Milieu werkten onder regie van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier nauw samen met een actieve adviesgroep van eilandbewoners, bedrijven en belangenorganisaties. Uiteindelijk ontstond door een combinatie van geldstromen de noodzakelijke brede financieringsbasis.

Metamorfose
Doordat het hoogheemraadschap tegelijkertijd nauw heeft samengewerkt met alle belanghebbende natuurorganisaties (van groot tot klein), ontstond er voldoende draagvlak voor de voorgenomen metamorfose van de waddenkust. De vergunbaarheid van een dergelijke ontwikkeling in Natura 2000 gebied was een groot risico; in samenwerking met de landsadvocaat is een innovatieve Passende Beoordeling geschreven die uitgaat van een meer dynamische interpretatie van de natuurwetgeving. Geen enkele belanghebbende is in beroep gegaan bij de Raad van State; de juridische ‘houdbaarheid’ van deze benadering is dus niet op de proef gesteld. Aandachtspunt bij het nieuwe voorland is het vooraf goed nadenken over de organisatie van het natuurbeheer. Natuurbeheer is geen taak voor het waterschap, maar vanwege de (interne) (aanbestedings)regels beleid bij betrokken grondeigenaren kan het complex zijn het natuurbeheer goed en doelmatig te organiseren.

De belangrijkste les die op Texel is geleerd, is dat intensief omgevingsmanagement, het combineren van geldstromen en een innovatieve juridische benadering van de natuurwetgeving samen tot meerwaarde en een meer toekomstbestendige waterkering kunnen leiden.

Op 3 oktober 2017 is het project aan een aannemer gegund; in 2018 start de uitvoering. Uiterlijk eind 2019 is de dijk veilig voorzien van een robuust voorland.

Meer weten?
https://www.hhnk.nl/prinshendrikzanddijk

Nieuw voorland Houtribdijk: veiligheid in combinatie met natuur, recreatie en waterkwaliteit

Met in totaal zo’n 10 miljoen kubieke meter zand worden aan weerszijden van de westelijke helft van de Houtribdijk nieuwe voorlanden gecreëerd. Rijkswaterstaat brengt hier net zo veel zand tegen de dijk als er in een heel jaar langs de Nederlandse kust wordt gebruikt. Versterking met voorlanden gebeurt mede op verzoek van de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland. Want uitgebreide zandige voorlanden vergroten niet alleen de veiligheid, ze bieden ook kansen voor de natuur en de water- en natuurrecreatie in het gebied. Een voorbeeldproject voor Nederland en de waterwereld om ons heen.

 

Tussen Enkhuizen en Lelystad ligt de 25 kilometer lange Houtribdijk. Hij scheidt het Markermeer van het IJsselmeer. De compartimentering van de vroegere Zuiderzee was een voorbereiding op verdere inpoldering. Nu zorgt ze voor extra waterveiligheid rond deze binnenwateren. Na bijna een halve eeuw trouwe dienst voldoet de Houtribdijk niet meer aan de Waterwet.

Pilot
Rijkswaterstaat heeft in het kader van ‘Building with Nature’ gekozen voor versterking van de Houtribdijk met nieuw voorland. De zandige oevers aan weerszijden van de dijk vangen de golfslag van het Markermeer en IJsselmeer op, wat de belasting van de dijk sterk vermindert. Omdat er weinig bekend was over het gedrag van zand bij golfslag en stroming in binnenwater zonder getij, is er eerst ervaring opgedaan. Onderzoek in een proefvak (de zogenoemde Pilot zandige vooroever Houtribdijk ter hoogte van Trintelhaven) leverde onder andere nieuwe rekenrecepten op om de voor de veiligheid benodigde hoeveelheid zand te bepalen.

“Het is heel goed dat op de pilotlocatie een aantal jaar rustig is gemeten. We zien dat na twee jaar de vorm van het zandpakket relatief stabiel is. Deze kennis kunnen we gebruiken voor de aanleg van de versterking én voor ons beheer en onderhoudsplan,” aldus Henk Meuldijk, projectleider van de versterking bij Rijkswaterstaat. Meuldijk hoopt de opgedane kennis over deze versterking verder te kunnen verdiepen. “De kennis die we hier opdoen is zeer bruikbaar in Nederland en daarbuiten. Dit project kan een nieuwe showcase worden voor waterbouwend Nederland.”

Nieuwe natuur, helder water en recreatie
In het Markermeer dragen de zandige vooroevers langs de dijk ook bij aan het verbeteren van het natuurlijke ecosysteem in het gebied. Het zogenaamde ‘Trintelzand’ wordt een 270 hectare groot landschap van zandplaten, slikvelden en rietoevers. Talloze vis- en vogelsoorten en ander waterleven zullen er een habitat vinden.

Net als de nabijgelegen Marker Wadden, zal Trintelzand vanwege de ondiepe zones en rietoevers een bijdrage gaan leveren aan het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het Markermeer. Met name deze ondiepe zones langs de oevers vergroten de natuurwaarden rond de dijk en daarmee de duurzaamheid van het watersysteem.

De nieuwe waternatuur biedt goede mogelijkheden voor recreatie. Dat is weer goed voor de toeristische bedrijvigheid in de regio zodat ook de economie profiteert. Voor de waterrecreatie worden de vooroevers nabij Lelystad op initiatief van de provincie Flevoland benut als watersportstrand voor kite- en windsurfers.

Over ‘Building with Nature’
Building with Nature is een nieuwe filosofie in de waterbouw. Het bouwen met natuurlijke materialen, gebruik makend van krachten en interacties binnen het natuurlijk systeem is hierbij het uitgangspunt. Het publiek-private innovatieprogramma Building with Nature wordt uitgevoerd door de stichting EcoShape. Binnen EcoShape werken kennisinstellingen zoals Deltares en overheden als Rijkswaterstaat samen met aannemers, ingenieursbureaus, en NGO’s. EcoShape heeft op verzoek van Rijkswaterstaat de Pilot zandige vooroever Houtribdijk uitgevoerd, waarbij er een proefvak voor de dijk is aangelegd. De specialisten van EcoShape hebben de afgelopen jaren bij dit proefvak gemonitord hoe de vooroever zich gedraagt onder invloed van wind en golven en mede op basis daarvan richtlijnen voor ontwerp, beoordeling en beheer opgesteld.

Via pilotprojecten zoals deze bij de Houtribdijk bouwt EcoShape praktijkkennis op en doet daarmee belangrijke systeemkennis op. Kennis van het geomorfologisch en ecologisch systeem is essentieel voor het ontwerpen van duurzame, veilige oplossingen. De opgedane, brede kennisbasis is openbaar beschikbaar en wordt toepasbaar gemaakt voor andere locaties met een vergelijkbaar systeem.

Het werk aan de totale zandige versterking van de Houtribdijk is inmiddels gestart en wordt in 2020 afgerond. De versterking is onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid (voorheen Hoogwaterbeschermingsprogramma .

Meer informatie?

Rijkswaterstaat
Kijk onder ‘Doelen en resultaten voor meer informatie over de zandige oevers. Onder documenten vind je onder andere een factsheet en overzichtskaart.

Een artikel in Deltanieuws. 

Meer informatie over de Pilot zandige vooroever Houtribdijk Nieuwsbrief-Pilot-Houtribdijk

Kennispagina Houtribdijk

Meer over Building with Nature

Voorland Hollandsche IJssel beperkt dijkversterking met één derde

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) werkt aan een ingrijpend dijkversterkingsproject: Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK). Ongeveer 10 kilometer intensief bewoonde en gebruikte dijk langs de getijdenrivier de Hollandsche IJssel voldoet niet meer aan de norm. Door voorland mee te nemen in de sterkte van de dijk blijft van dit tracé nog maar 8 kilometer over om intensief te versterken. De rest hoeft niet of veel minder drastisch aangepakt te worden. Dat is goed nieuws voor de streek en de portemonnee.

De Hollandsche IJssel is een nauwe getijdenrivier ten oosten van Rotterdam. Omgevingsmanager Maartje Virardi van HHSK: “De dijk die de Krimpenerwaard beschermt, wordt intensief bewoond en is een belangrijke verkeersader voor de industriële bedrijvigheid langs deze werkrivier.”
Een dijkversterking in deze complexe omgeving is hier niet alleen erg kostbaar, maar leidt ook tot grote maatschappelijke overlast. “Vroeger was een dijk een dijk en die werd goed of afgekeurd. Maar op sommige plekken is klassiek versterken hier een grote uitdaging”, weet technisch manager Marco Weijland. “Gelukkig biedt de gewijzigde Waterwet van begin 2017 ons hoogheemraadschap de benodigde ruimte om met een brede blik naar slimmere oplossingen te kijken.”

Welke alternatieven zijn er voor verzwaring en verhoging?
“De Hollandsche IJssel is rijk aan hoge voorlanden die vaak in gebruik zijn voor watergebonden industrie, bewoning of recreatie. Daarin zagen wij kansen vanwege de stabiliserende en golfdempende werking van het voorland.”

Die heeft HHSK inmiddels volop benut: “Als wij de voorlanden meerekenen in de sterkte van de dijk, kunnen we twee kilometer dijkversterking helemaal voorkomen. En over de lengte van circa 1 kilometer zullen de versterkingsmaatregelen wellicht beperkt kunnen worden.
Dat beperkt de opgave dus met ongeveer één derde!
Maartje: “Overlast blijft, maar we kijken naar mogelijkheden om die overlast te beperken.”

Zeggenschapsrisico afdekken

Samen met de POV-Voorlanden is HHSK op dit moment bezig de juridische consequenties te inventariseren. Maartje: “Je wilt natuurlijk dat dit voorland in stand blijft, terwijl je er niet altijd zeggenschap over hebt. Eerst kijken we wat nodig is voor de bescherming, daarna kijken we hoe we dit kunnen borgen.”
Dat kan juridisch, maar dat hoeft niet persé. Marco: “We bekijken het puur praktisch. Hoe groot is de kans op de aantasting van het voorland, vlak voor een ernstig hoog water, die niet meer vooraf te herstellen is? En kunnen we dit risico afdekken in de vergunningverlening door de betrokken gemeenten, ons eigen waterschap en RWS?” Ook ziet hij een taak voor de dijkbeheerder om toezicht te houden op de integriteit van het voorland.
Tenslotte denkt Maartje Virardi als omgevingsmanager ook aan gerichte voorlichting: “Als bewoners beseffen dat het voorland bijdraagt aan de veiligheid, voelen zij zich ook mede verantwoordelijk voor de instandhouding er van.” Met andere woorden: betrek je omgeving vanaf het begin en maak haar deelgenoot.

En natuurlijk volgt Project KIJK met interesse de ontwikkeling van de Handreiking die de POV Voorlanden aan het opstellen is. “Wij zijn erg benieuwd of het bestaande wettelijke instrumentarium voldoende is of dat er toch nog aanpassingen nodig zijn,” aldus technisch manager Marco Weijland.

Meer informatie?

https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/werk-in-uitvoering/bouwen-aan-sterke-waterkeringen/krachtige-ijsseldijken-krimpenerwaard

Of bel met Maartje Virardi, 010-453 78 62

 

Waterschap Scheldestromen ‘maakt’ voorlanden en voorkomt een ingrijpende versterking

Een mooi ‘zout’ voorbeeld van het gebruik van voorlanden om dijkversterking te voorkomen, is te vinden in de Westerschelde voor de kust van het Zeeuwse Westkapelle.

Om te zorgen dat de Westkapelse zeedijk ook in de toekomst blijft voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm, is er in 2008 een gecombineerde vooroeversuppletie en strandsuppletie aangelegd. Door het uitbreiden van de vooroever wordt de golfbelasting dusdanig gereduceerd dat voor een deel van het traject de aanpassing van het dijkprofiel aan de binnenzijde niet nodig is. Alleen de asfaltbekleding aan de buitenzijde is versterkt. Ook beperkt deze kustuitbouw de aantasting van het achtergelegen (Natura2000) natuurgebied en worden de recreatiemogelijkheden aan de zeezijde vergroot. De voorlanden (droog en nat strand) zijn toegankelijk voor recreanten. Door de voor ons land unieke golfomstandigheden maken ook surfers gebruik van deze locatie.

Ter plaatse van de overgang op de duinwaterkering richting Domburg is een robuuste aansluitingsconstructie in het bestaande duin gerealiseerd. Daarbij is ook het duin aan de zeezijde beperkt uitgebouwd.
Door uitbreiding en zeewaartse verlegging van de basiskustlijn wordt de instandhouding van de nieuwe bodemligging integraal meegenomen bij kustlijnzorg.

Meer interesse?

Wie geïnteresseerd is in alle ins en outs van de morfologische veranderingen kan hier de Deltares studie “Ontwikkeling Zwakke-Schakel suppletie Westkapelle”  uit 2014 downloaden.

Of download het oorspronkelijke Kustversterkingsplan Westkapelse Zeedijk uit 2007.

Je kunt ook contact opnemen Hans van der Sande van Scheldestromen (hans.vanderSande@Scheldestromen.nl)