voorlanden

Typen voorland, het gebruik en de belangen

Voorland is het gebied dat grenst aan de buitenteen van de dijk aan de zijde van het buitenwater. Het WBI omschrijft het voorland als: “het buitendijks terrein tussen de dijk en de rivier, of ondiepe waterbodem voor de teen van de dijk.” We onderscheiden voorland:

  • als landbouwgrond zoals de uiterwaarden in het rivierengebied;
  • als natuurgebied zoals uiterwaarden langs de rivieren, zandbanken en kwelders in de estuaria en het Waddengebied;
  • als woongebied zoals langs de Lek, Nieuwe Maas en Hollandse IJssel;
  • of als haventerrein zoals de Rotterdamse haven en de haven van Moerdijk.

De hoogte, de ligging en het gebruik bepalen het positieve effect op de waterkering, maar ook op de mogelijke toekomstige ontwikkelingen.

Op voorlanden zijn naast de waterkerende functie dus meestal ook nevenfuncties aanwezig. Soms hebben die nevenfuncties belangen die strijdig  zijn met die  van de waterkeringbeheerder. In andere gevallen hebben nevenfuncties juist een positieve invloed op de waterkerende functie.

Op basis van het gebruik van het voorland onderscheiden we in deze verkenning twee typen voorland:

  • ‘zacht’ onbebouwd voorland
  • ‘hard’ bebouwd voorland.

zacht voorland

Zacht (onbebouwd) voorland heeft een nevenfunctie als natuur, landbouw of recreatiegebied. Voorbeelden zijn zandige kwelders, zandbanken of platen in het kustgebied en de estuaria. Deze zijn onderhevig  aan morfologische processen als erosie en sedimentatie. Zacht voorland kan begroeid zijn met bomen of andere vegetatie. Begroeide voorlanden komen ook veel voor in de vorm van uiterwaarden in het rivierengebied en langs de grote meren.

Bij zacht voorland is vaak de natuurbeheerder de belanghebbende partij. De belangen van de natuurbeheerder liggen niet altijd in lijn met die van de waterkeringbeheerder. Zo prefereren natuurbeheerders soms een dynamisch milieu dat onderhevig is aan veranderingen. Waterkeringbeheerders geven juist de voorkeur aan een stabiele situatie die maximaal  bijdraagt aan de waterkerende functie.

Zacht voorland kan ook nieuw aangelegd worden voor de bestaande waterkering. Dit is gebeurd bij de Hondsbossche Zeewering . In zo’n situatie kunnen  belangen en financiering  van waterkering- en natuurbeheer bij elkaar gebracht worden (Building with Nature).

Zacht voorland in het rivierengebied heeft vaak een functie in de afvoer van rivierwater. De aanleg van vegetatie voor demping van golven kan dan botsen met de afvoerfunctie. De stroombanen voor rivierwaterafvoer zijn bepaald in het project Stroomlijn van Rijkswaterstaat. Buiten de stroombaan is het eventueel wel toegestaan om begroeiing aan te planten en in stand te houden.

Hard voorland

Hard (bebouwd) voorland heeft een nevenfunctie als woongebied of industrieterrein. Sommige historische binnensteden (Dordrecht) liggen op voorland. Denk ook aan de woonbebouwing langs de Lek en de Hollandsche IJssel.

Een andere vorm van bebouwd voorland zijn haventerreinen zoals in de Regio Rotterdam en langs het Noordzeekanaal. Belangen van bewoners of bedrijven kunnen strijdig zijn met die van de waterkeringbeheerder. Daarnaast kunnen ontwikkelingen op het voorland de waterkerende functie negatief  beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan het afgraven van voorland voor de aanleg van havens of voor de ontwatering van percelen waardoor een nieuw intredepunt voor piping ontstaat. Ook kan de sloop van gebouwen het golfdempend effect verminderen. Anderzijds hebben bewoners en bedrijven ook belang bij het behoud van het voorland. Het belang van gebruiker en waterkeringbeheerder vallen hier samen. Ten slotte kan als belangen samenvallen ‘meegekoppeld’ worden door ontwikkelingen door gebruikers te combineren (‘werk met werk maken’).